Kerst, het feest van herkenning

 

beverage blur candy candy cane
Foto door Pixabay op Pexels.com

De een vindt Kerst geweldig en de ander kan niet wachten tot het weer voorbij is. Al die opgeklopte vrolijkheid doet niet ieder mens goed. Als je in een lastige relatie zit of daar net uit bent of je mist een geliefde dan kan Kerst en Oud & Nieuw een zware periode zijn. Toch is er iets wat we vrijwel allemaal wel herkennen als we naar een verplichte familiebijeenkomst gaan deze dagen, en mocht je geliefden moeten missen dan kijk je hier misschien met weemoed op terug.

Het moment dat je over de ouderlijke drempel stapt of als familie bij elkaar bent, dan ben je zo weer terug in de tijd. Vroeger toen je klein was leerde je al snel wat je moest doen om aardig gevonden te worden, dat extra koekje te krijgen of hoe je onder de afwas uit kon komen zonder dat ze boos op je werden. Of hoe je langer op kon blijven zonder dat ze het merkten. Maar ook dat iedere Kerst na het 4e borreltje opa altijd begon over vroeger en oma altijd riep dat hij geen drank meer mocht en dat ze daar dan ruzie over kregen. Ieder jaar opnieuw. En iedere familie heeft zo zijn eigen vaste spel.

Familiepatronen

Al die patronen zitten er zo diep ingesleten dat als je nu weer binnenstapt, je er niet eens bij nadenkt maar precies weet hoe je je broer of zus kan irriteren (en dat ook doet), welke onderwerpen je echt moet vermijden (en dat vaak niet doet) en hoe ver je kunt gaan bij je moeder. Verder weet je precies hoe je ervoor zorgt dat je niet hoeft te helpen in de keuken. Maar ook herken je direct wanneer je op een ander onderwerp over moet gaan om escaleren te voorkomen. Al die opgebouwde patronen van vroeger spelen zich af als een oude zichzelf repeterende grammofoonplaat.

Dat vertrouwde kan een heerlijk thuiskomen zijn maar is ook de reden dat een groot deel van de westerse wereld zichzelf al zuchtend ieder jaar naar het kerstdiner sleurt.

Hoe komt het toch dat zich ieder jaar hetzelfde toneelstuk kan afspelen?

De Dramadriehoek

Dr. Karpman, een leerling van Eric Berne heeft jaren geleden ontdekt dat we steeds hetzelfde toneelstuk krijgen omdat we ook steeds dezelfde rollen spelen. Dit spel spelen we niet alleen met onze familie maar ook met onze vrienden, in onze relatie en op het werk. Hij noemde het de ‘Dramadriehoek’ en als je het niet kent dan geeft het je een leuke bezigheid om deze Kerst eens te kijken wat er nou precies gebeurd en ook wat je eigen aandeel hierin is. Want er is vaak nergens een plek waar je dit beter kunt zien dan met Kerst.

In de Dramadriehoek zijn er drie hoofdrolspelers die een min of meer vaste manier hebben om met elkaar om te gaan. Dit zijn de Aanklager, Redder en Slachtoffer. Deze rollen hebben een vaste negatieve uitwerking op elkaar maar kunnen ook niet zonder elkaar. Ik stel ze aan je voor:

De rollen

De Aanklager:

Wijst zelf met het vingertje naar de ander maar neemt zelf geen verantwoordelijkheid. Weet altijd alles beter, en zou het zelf allemaal heel anders doen.

Wijst de ander of andermans gedrag (kan ook het bedrijf waar gewerkt wordt of politiek zijn) af, maar neemt zelf ook geen verantwoordelijkheid hiervoor.

  • Het uitgangspunt van ‘de Aanklager’: ik ben OK, jij bent niet OK
  • Beschouwt anderen als minderwaardig en niet vaardig genoeg
  • Negatieve kijk, doet beschuldigend, geïrriteerd en soms arrogant
  • Haalt anderen naar beneden
  • Zegt dingen als ‘Het is ook altijd hetzelfde…!’ en ‘Zo gaat het nooit wat worden….
  • ‘De Aanklager’ neemt geen verantwoordelijkheid voor zijn eigen aandeel

Door te focussen op wat de ander ‘niet goed’ doet zal ‘de Aanklager’ zich beter voelen. Jij zal je op jouw beurt waarschijnlijk schuldig voelen over je eigen gedrag en zo de rol van ‘het Slachtoffer’ aannemen.

Vaak worden we ‘de Aanklager ’als we boos en gefrustreerd zijn en dat hoeft niet eens altijd op de ander te zijn. Teveel opgekropte stress kan er ook toe leiden dat ‘het potje’ leeg moet.

De Redder

‘De Redder’ helpt en ondersteunt je. Niet op een beschuldigende manier zoals ‘de Aanklager’ maar om je te behoeden voor allerlei onheil. Ziet direct waar dingen mis kunnen gaan en geeft je graag advies of onderneemt al actie voor jou en dat alles ongevraagd.

  • Het uitgangspunt van ‘de Redder’: ik ben OK, jij bent niet OK
  • Denkt anderen te moeten helpen vanuit de overtuiging dat zij niet goed genoeg zichzelf kunnen helpen
  • Neemt verantwoordelijkheid over
  • Geeft altijd goede raad en advies in de vorm van oplossingen
  • Zegt dingen als ‘Als je nou eens’, ‘Kijk, ik heb voor jou’, ‘Kom maar, ik doe het wel’
  • ‘De Redder’ denkt graag voor jou en weerhoudt anderen ervan zelf de verantwoordelijkheid te dragen en op eigen benen te staan. Maakt zichzelf hierdoor ook graag onmisbaar.

Wat je vaak ziet is dat ‘de Redder’ wel graag ‘dankjewel’ wil horen voor alles wat gedaan wordt. Gebeurt dit niet dan is de kans groot dat de redder verandert in ‘het Slachtoffer’ of ‘de Aanklager’.

‘De Redder’ valt vaak ten prooi aan het dingen doen voor anderen die hij/zij eigenlijk niet wil en Kersttijd zit daar vaak vol mee. Dingen kopen die je eigenlijk niet wil, etentjes met mensen moeten organiseren wat je toch graag anders had gewild, te weinig vrije tijd, te veel stress en dan hoor je jezelf toch weer zeggen; “kom, ik doe het wel” enz. Zo loopt ook de spanning bij ‘de Redder’ steeds meer op.

Het Slachtoffer

‘Het Slachtoffer’ is onmisbaar in de Dramadriehoek, zonder deze rol valt er niemand te redden of aan te klagen.

Mensen in de rol van ‘Het Slachtoffer’ doen alsof ze hun eigen problemen niet op te lossen. Ze doen hulpeloos, onbeholpen of gedragen zich alsof ze er écht niets aan konden doen. In hun beleving kan er alleen een eind aan het probleem komen als een ander actie onderneemt.

‘Het Slachtoffer’ leunt op de ander, neemt geen verantwoordelijkheid. Hij voelt zich minder dan de ander.

– Het uitgangspunt van ‘het Slachtoffer’: ik ben niet OK, jij bent wel OK

– Zoekt steun, is afwachtend

– Stelt zich afhankelijk op, laat voor zich zorgen, dwingt zorg af

– Heeft anderen nodig om helder te denken en besluiten te nemen

– Laat anderen over zijn grenzen gaan zonder diegene aan te spreken

– Verzint smoezen en uitvluchten (ja, maar)

‘Het Slachtoffer’ zal lang vasthouden aan de overtuiging dat hij niet in staat is zijn eigen problemen op te lossen, ‘ze moeten altijd mij hebben’. Nu voelt ‘de Redder’ zich aangesproken maar is dit al de zoveelste keer, of klinkt het te zielig dan roept dit irritatie op en komt ‘de Aanklager’ aanzetten. Als ‘het Slachtoffer’ geen luisterend oor krijgt dan zie je vaak dat ‘het Slachtoffer’ verandert in ‘de Aanklager’.

Let op ‘het Slachtoffer ’speelt de rol maar is geen echt slachtoffer. Er is hem/haar meestal niet echt iets aangedaan. Maar in die rol van ‘het Slachtoffer’ gaat hij/zij op zoek naar anderen die de rollen van ‘Redder’ en ‘Aanklager’ willen spelen en dan begint het spel.

Het spel

 

IMG_1124

 

Inmiddels heb je het wel door hè, we spelen allemaal wel eens ‘de Aanklager’ of ‘de Redder’ en ook regelmatig ‘het Slachtoffer’. Iedereen heeft deze drie rollen in zich en de rollen zijn omwisselbaar. Als ‘het Slachtoffer’ niet geholpen wordt kan hij bijvoorbeeld veranderen in de Aanklager: ‘ik dacht dat je me zou helpen maar ik kan het net zo goed alleen doen’. ‘De aanklager’ kan op zijn beurt veranderen in ‘de Redder’ of ‘het Slachtoffer’ als hij merkt dat zijn tactiek niet werkt.

Wat valt er nou op aan dit toneelspel?

  • Iedereen probeert wat er echt speelt te vermijden
  • Emoties bepalen het rollenspel: boosheid, angst, verdriet
  • Het blijft zich steeds herhalen, er verandert niets en het frustreert iedereen
  • Niemand neemt de echte verantwoording
  • Het onderliggende gevoel wordt niet uitgesproken. Bang om onze kwetsbaarheid te laten zien, communiceren we vanuit een rol, een niet ok gevoel over onszelf. Een beetje raar maar in plaats van te zeggen wat ons dwars zit of wat we nodig hebben, stappen we liever in die dramadriehoek. Zo blijft iedereen in zijn oncomfortabele rol om het risico van kwetsbaarheid te vermijden.

En we doen het allemaal, het leven zit er vol mee. Sterker nog, films, tv-programma’s, en sprookjes zouden zonder dramadriehoek supersaai zijn. En als je het weet, ga je er steeds meer op letten.

Het moment dat we in deze rollen stappen is het vaak ontzettend lastig om hier weer uit te stappen. De kunst is dan ook om eens te kijken wat er nou precies gebeurd en hoe vaak en hoe snel iemand van rol wisselt. Dan kun je besluiten om er niet in mee te gaan. Probeer ook om er soms de humor van in te zien. Je hoeft dit niet te beperken tot het kerstdiner, maar je kunt ook eens kijken naar je eigen relatie of op je werk of binnen je vriendenkring. Welke rol neem jij bijvoorbeeld vaak aan en hoe reageert jouw partner, collega of vriend/vriendin hier dan op? Komen er situaties voor waarbij jullie steeds dezelfde rollen spelen? Het zijn er vast meer dan je denkt.

Ik wens je fijne Kerstdagen toe!

Het is 1e kerstdag, om twee uur moet iedereen bij oma zijn. Je broer komt weer eens te laat en je tante roept; “dat doet hij iedere keer” (aanklager). “Nou ja, niet iedere keer hoor”: zegt je moeder meteen (redder). Je broer roept vanuit de hal dat hij er niets aan kon doen want de weg was opgebroken (slachtoffer). Vervolgens gaat hij breeduit zitten op de bank en vraagt of er kerstkransjes zijn. Zuchtend gaat je tante op zoek naar de kerstkransjes (slachtoffer) terwijl je moeder meteen roept, nee laat mij dat maar doen, want die voelt de bui alweer aankomen (redder). Tijdens het diner ziet broerlief de spruitjes op tafel komen en zegt: “o nee hè, je weet toch dat ik geen spruitjes lust” (aanklager) waarbij moeders meteen roept: “ja maar bij het recept staan spruitjes” (slachtoffer) en vader zegt dat hij nog wel ergens een potje sperziebonen heeft (redder). Waarop moeders verongelijkt zegt: “ik wil geen sperziebonen uit potjes bij mijn kerstdiner”. (aanklager) “Als hij sperziebonen wil dan krijgt-ie sperziebonen”: schreeuwt je vader inmiddels na wat te veel wijn. (aanklager) “Nou ja, dan moet ik het maar met appelmoes eten” zucht broer (slachtoffer) waarop zijn vriendin direct op zoek gaat naar een potje appelmoes (redder). Tante kan het niet laten om te zeggen “vroeger draaide ook al alles om jou”(aanklager) waarop je oom meteen roept; “zal ik nog wat inschenken voor iedereen?” (redder) Zo gaat het gekibbel nog even door tot je zelf naar huis gaat en bij jezelf denkt: “Het is ook ieder jaar hetzelfde liedje, volgend jaar ga ik op vakantie”.

Praktijk Inspire to be

Inspire to be is een praktijk voor Psychosociale begeleiding en Hypnotherapie. Meer informatie over Marjolein Prins of de praktijk kun je vinden op www.inspiretobe.nl Je kunt ook altijd een afspraak via afspraak@inspiretobe.nl